Jempy Drucker was jarenlang een ploegmaat van mij. Als jonge belofte en groot Luxemburgs talent in het veld werd hij snel opgemerkt door Hans Van Kasteren en naar de Fidea-ploeg geloodst. Het is leuk om te zien dat hij het jaren later zo goed doet op de weg en blijft groeien - vooral zijn laatste twee seizoenen waren schitterend. Zijn transfer naar BMC is niet meer dan logisch.

Onze trainingstocht leidt ons door de Luxemburgse Vallei van de Zeven Kastelen, een stukje relatief vlak platteland met heel mooie heuvellandschappen langs beide kanten van de weg. De dertig kilometer lange vallei wordt druk bereden door heel wat wielrenners en wielertoeristen. Het is de eerste echt warme dag van het jaar en Jempy gaat tijdens onze tocht vooral op zoek naar die paar procentjes die hem straks moeten helpen om in het Vlaamse voorjaar top te zijn.

Sinds begin dit jaar zit je bij BMC. Hoe is dat contact er gekomen?
"Ik leerde Alan Peiper enkele jaren geleden kennen via Kim Kirchen. Toen Peiper bij Garmin zat, hadden we ook al regelmatig contact. Omdat ik in 2014 een heel goed voorjaar had en BMC op zoek was naar wat steun voor Greg Van Avermaet, kwam ik terug in beeld. Het voelt fantastisch om voor een ploeg als BMC te kunnen rijden."

Als helper van Greg zal je niet meer de beschermde rol van de voorbije jaren hebben.
"Dat vind ik ook helemaal niet erg, integendeel. Ik zal samen met Markus Burghardt en Daniel Oss de man zijn die Greg zo lang mogelijk moet bijstaan in de finale. Ik heb in het verleden het nut van mijn crosservaring al duidelijk laten zien en denk dat ze me daarom bij de ploeg hebben genomen. Na mijn crosscarrière stond ik vaak versteld van het gebrek aan techniek bij sommige wegrenners. Ik ben heel explosief en technisch en de steile en moeilijke kasseiheuveltjes uit de Vlaamse Ardennen liggen me heel goed. Ook positionering is belangrijk en je moet de nodige dosis lef aan de dag leggen."

Wat is je favoriete helling uit de Ronde?
"Ik hou wel van het korte en explosieve werk, genre Paterberg, Taaienberg en Koppenberg. Al zijn die na 250 km ook voor mij uiteraard heel moeilijk. De Oude Kwaremont is niet echt mijn ding, vooral niet het tweede deel, waarbij de helling uitloopt naar de grote steenweg. Daarin komen mannen met een echt grote motor naar boven en moet ik vaak nog passen."

Ook Parijs-Roubaix was vorig jaar een succes: je werd er twintigste.
"In Roubaix is positionering minder belangrijk dan in de Ronde, maar techniek blijft ook daar van groot belang. Zo reed ik zeker dertig van de laatste vijftig kilometer kasseien in de grasrand om zoveel mogelijk energie te sparen. Dat is een risico, maar constant bovenop de kasseien dokkeren kost ook krachten."

STERK NA ZWARE KOERSEN

Op welke wedstrijden heb je dit voorjaar je zinnen gezet?
"Ik wil eigenlijk de hele periode vanaf Kuurne tot Roubaix goed zijn zonder echt te pieken naar één specifieke wedstrijd. De koersomstandigheden zullen wel uitwijzen of er wat meer in zit. Ik heb geen beschermde rol meer zoals in de voorbije jaren, maar misschien ben ik in een van de kleinere wedstrijden wel mee met de goeie vlucht ... Dan komt mijn sprintsnelheid van pas."

Lees het volledige interview in het aprilnummer van cycling.be magazine, nu in de winkel!