Het is geen geheim meer dat de traditionele klimfietsen steeds meer aerosnufjes gebruiken. Deze zomer was het de beurt aan de Specialized Tarmac en BMC Teammachine om dezelfde metamorfose te ondergaan. Lees hier het volledige testverslag van de Zwitserse droomfiets.

De Teammachine was altijd al toonaangevend in de categorie van allround racefietsen, maar deze jongste versie doet er dankzij een stevige dosis aerodynamica een schepje bovenop. Uitsluitend verkrijgbaar met schijfremmen moest deze SLR lichter en nog responsiever worden. Dat deze BMC opnieuw de show steelt tussen de vele concurrerende topfietsen, konden we al bij de eerste oogopslag zien, maar om die andere kwaliteiten te beoordelen, hadden we enkele testritten nodig. Slechts 15 fietsen wereldwijd werden voor de lancering onder de media verdeeld en cycling.be mocht daarvan eentje in avant-première aan de tand voelen.

Met als doel het karakter van de Teammachine, een model dat na tien jaar een stevig palmares heeft verzameld, nog verder te versterken, kon een nog meer verregaande integratie niet uitblijven, maar functionaliteit bleef wel een belangrijke voorwaarde. Bij BMC hechten ze misschien veel belang aan de uitstraling van een fiets - zo diende het F-35-staalvliegtuig als inspiratie voor de nieuwe Twostroke-hardtail - maar vorm is nog altijd ondergeschikt aan functie.

ZIJ HEEFT STIJL

Die integratie tekent meteen voor drie van de opvallendste stijlkenmerken van deze fiets. Bekijk je de aandrijfkant, dan kan je niet om de Stealth Dropouts heen. Er zitten namelijk geen gaten in de rechterkant van de voor- en achtervork voor de steekas, want de schroef is verwerkt in de vork. Bovendien bespaar je materiaal en gewicht (zo'n 5 à 15 gram) door geen vervangbare schroef te moeten integreren, krijg je een klein aerodynamisch voordeel én belooft BMC dat het systeem duurzaam is en tegen serieuze krachten kan. Wij vinden vooral dat het enorm veel cachet aan de fiets schenkt.

Teammachine

Nummer twee zijn de Aerocore geïntegreerde bidonhouders. Die vormen samen met de onderbuis één aerodynamisch geoptimaliseerde vorm. De visuele overgang van de schuine buis naar die houders ziet er in levende lijve trouwens fenomenaal uit. BMC ontwikkelde de drinkbushouders deze keer zelf en ze kunnen dan ook effectief in UCI-wedstrijden worden gebruikt. Voor het gewicht moet je het aerovoordeel niet laten wegvallen, want ze wegen amper 43 en 26 gram, respectievelijk voor die op de onderbuis en de zadelbuis. De Zwitserse constructeur beweert dat de carbon houders 'kasseiproof' zijn, dus dat moesten we wel testen. Zelfs op een vervelende, dalende kasseistrook blijven de drinkbussen mooi op hun plaats, maar even belangrijk is dat je ze er ook heel vlot in en uit schuift. Een perfect werkend systeem, dus.

Het derde element is de ICS Technology, iets dat de concurrentie duidelijk heeft geïnspireerd de voorbije jaren. In de nieuwe Teammachine komt de ICS-cockpit in twee versies: de ICS Carbon in één stuk is heel stijf, weegt 305 gram, en heeft verborgen kabelgeleiding. Hij is er in verschillende afmetingen, van 90 millimeter lang en 40 breed tot 140 millimeter lang en 42 breed. ICS 2 bestaat uit een knappe combinatie van aparte pen en stuur die 15 gram lichter en toch stijver is dan vroeger. Dankzij deze twee opties kan iedereen op deze fiets passen. Een andere stuurpenlengte monteren kan nog altijd zonder kabels te verwijderen. De carbon spacers kan je uit elkaar halen en ze zijn betrouwbaar. De top cap en stuurpen vormen een perfect glad geheel. Beide ICS-opties komen met steuntjes voor Garmin- en Wahoo-computers.

Ook het frame zelf kreeg nieuwe lijnen mee. Die werden grotendeels bepaald door de enorme rekenkracht van de computers met ACE+-software. ACE berekende ook voor de vorige generatie al hoe en waar de carbonmatten moesten worden gelegd, maar deze nieuwe 'plus'-versie hield ook nog eens rekening met de aerodynamica. De balhoofdbuis heeft een ronde voorkant en een langere, afgeplatte achterkant. De vorkpoten zijn deels overgenomen van de Timemachine Road (de aerofiets), maar dan in minder extreme vorm. De doorsnede van de poot is smaller dan het vorige model, maar lichter en toch even stijf.

SNELLER EN EEN BEETJE LICHTER

Om de aerodynamica te testen, staken de knappe koppen van BMC de straat over naar de wielerbaan, waar ze de NTT-renners lieten testrijden aan een snelheid van 45 km/u met handen in de beugel, uiteraard met identieke componenten en wielen, om zo weinig mogelijk externe factoren te hebben. De nieuwe SLR was in elke run beter dan de oude, goed voor een besparing van 6 procent ten opzichte van de vorige fiets, inclusief renner. De Timemachine Road is nog altijd ietsje sneller, maar heel groot is het verschil niet meer.

Op het frame spaart deze Teammachine geen gewicht uit ten opzichte van de voorganger - integendeel, want het weegt 5 gram meer - maar de vork weegt nu 50 gram minder, de zadelpen 10 gram en de cockpit 105 gram. Dat is een gewichtsverlies van 160 gram in totaal, ofwel 9 procent. De complete fiets inclusief Aerocore-bidonhouders weegt volgens BMC 6,5 kilo, maar onze testfiets in maat 56 was een tikkeltje zwaarder. Als je alle uitvoeringen van de nieuwe Teammachine op een rijtje bekijkt, zie je dat ze telkens een halve kilo of meer verliezen ten opzichte van de vorige versie. Bij de SLR01, die enkel verkrijgbaar (en compatibel) is met elektronische groepen, loopt dat van 6,5 tot 7,4 kilo. Bij de gewone SLR, die de voorgaande SLR02 vervangt, zie je meer betaalbare groepen en gewichten tussen de 7,7 en 8,1 kilogram. Met uitzondering van de kabelgeleiding, cockpit en carbonsamenstelling, komt de SLR qua stijfheid, comfort en design helemaal overeen met de duurdere SLR01. Ja, dat betekent dat je ook de Aerocore-bidonhouders en Stealth Dropouts terugziet bij de betaalbare uitvoeringen.

GENTLEMAN MET BALLEN

Teammachine

We konden de nieuwe BMC Teammachine SLR 01 One met SRAM Red eTap AXS gedurende een tweetal weken aan de tand voelen. We moesten de mannen van BMC al meteen gelijk geven op het vlak van gebruiksgemak: de fiets konden we in geen tijd in elkaar steken, met dank aan de ICS-cockpit en de spacers die je ineen kan klikken. De eerste kilometers lieten dan ook niet lang op zich wachten.

In de aanzet toont de Teammachine zich meteen als een volbloed racefiets. Hij dendert uit de startblokken en laat zich strak door de bochten sturen. Hij doet dat wel op een volwassen manier, want je blijft het gevoel van controle over de fiets behouden - dezelfde eigenschap die we ook bij de Timemachine Road herkenden. De beloofde stijfheid is duidelijk aanwezig en zelfs met de lage velgen van de superlichte DT Swiss Mon Chasseral-wielen heb je niet het gevoel dat er iets van je energie verloren gaat. Als de weg oploopt, nodigt deze lichte BMC uit om op de pedalen te gaan staan en optimaal de efficiëntie van het stijve bracket te benutten. Eens de top bereikt, kan je genieten van het vertrouwen dat je krijgt van het precieze, maar toch niet nerveuze stuurkarakter.

Slechts één keer slaagde deze BMC erin om ons humeur op de proef te stellen en dat was toen de zadelpen begon te zakken. We hadden geen montagepasta gebruikt en blijkbaar hadden we met 5 newtonmeter ook net wat te weinig kracht gezet op de interne zadelpenklem, want 7 newtonmeter is het correcte aandraaimoment. Eens dat was gefixt, konden we alleen maar genieten van het draadloze schakelen, het zitcomfort op het nieuwe Selle Italia Flite Boost-zadel, en de aangename vorm van de ICS Carbon cockpit.

CONCLUSIE

Deze strakke, scherp afgelijnde racefiets bezit de efficiëntie die WorldTour-renners nodig hebben, maar verenigt dat met een verfijnd en vergevingsgezind rij- en stuurkarakter. De nieuwe Teammachine is te vergelijken met een raceauto waarmee je ook gewoon om boodschappen kan. Hij ontgoochelt geenszins op het vlak van stijfheid en sprintvermogen, maar straft je aan de andere kant ook niet meteen af als je een foutje maakt. Voor een kasseistrook of slechte wegen moet je evenmin een omweg maken, want deze gentleman beheerst de kunst van het comfort, zonder ook daarin te overdrijven of teveel naar de zachte kant over te hellen. De geometrie maakt trouwens wel meteen duidelijk dat je met een echte koersfiets te maken hebt: een lange bovenbuis en een laag balhoofd zal een aantal meer comfortgerichte fietsers doen kiezen voor de eveneens uitstekende Roadmachine. Voor de kleurcombinatie moet je het wel hebben, want de rode streep op de bovenbuis die overgaat in de cockpit verdeelde de meningen van "prachtig" tot "helemaal mijn ding niet". Wat wél iedereen kon appreciëren, waren de knappe details, zoals de Stealth Dropouts, de top cap die naadloos aansloot op de stuurpen, en de mooie cockpit. Positioneert deze BMC Teammachine SLR01 One zich daarmee bij de droomfietsen? Jazeker!

SPECIFICATIES
Frame/vork: Teammachine SLR 01 Premium Carbon with Aerocore Design
Groep: Sram Red eTap AXS
Wielen: DT Swiss PRC 1100 db Dicut Mon Chasseral
Banden: Vittoria Corsa 25 mm
Cockpit: ICS Carbon, One-Piece Full Carbon Cockpit
Zadel: Selle Italia Flite Boost Carbon
Zadelpen: Teammachine 01 Premium Carbon D-Shape met 15 mm offset
Maten: 47, 51, 54, 56, 58, 61 cm
Gewicht: 6,9 kg (incl. bidonhouders, excl. pedalen)
Prijs: 10.999 euro

Bekijk ons videoverslag bovenaan dit artikel. Deze test verscheen origineel in het septembernummer van cycling.be magazine.

Koop of abonneer je nu op cycling magazine

Hij ligt in de winkel: de nieuwe CYCLING! Ontdek het februari-/maartnummer en voel de polsslag van het wielerpeloton. Op de cover niemand minder dan Wout van Aert en Mathieu van der Poel en binnenin het ultieme dubbelportret mét eveneens een duel tussen hun Cervélo en Canyon. Verder: Het wielerjaar 2021 in 15 vragen, verkenning van Omloop Het Nieuwsblad met Bert De Backer, Lotte Kopecky, columnist Oliver Naesen, de fiets van Cavendish en veel meer!