Gebruikers van een elektrische fiets werken net zo goed aan hun gezondheid als wie op een gewone fiets rijdt. Dat blijkt uit een grootschalige internationale studie, gefinancierd door de Europese Commissie, waarvoor 10.000 mensen meerdere jaren lang werden gevolgd in zeven Europese steden, waaronder Antwerpen.

Het onderzoek, dat dinsdag verscheen in De Standaard, Het Nieuwsblad en Het Belang van Limburg, concludeert dat wie met een elektrische fiets rijdt, doorgaans een even zware inspanning levert als reguliere fietsers. De onderzoekers drukken die inspanningen uit in MET's, wat staat voor "Metabolic Equivalent Task" en een maatstaf is voor de hoeveelheid energie die een bepaalde fysieke inspanning kost. Gewone fietsers gebruiken wekelijks gemiddeld 4.085 MET's, bij de e-fietsers is dat met 4.463 MET's zelfs wat meer.

De verklaring: wie elektrisch rijdt, rijdt niet alleen vaker, maar legt doorgaans ook meer kilometers af dan zijn of haar weliswaar wat steviger trappende medefietsers. Een gemiddelde elektrische fietstrip bedraagt 9,4 kilometer, die met een gewone fiets 4,8 kilometer. Dat komt onder meer omdat de elektrische fiets een stevig aandeel heeft vergaard in het woon-werkverkeer, ter vervanging van de auto.

De studie concludeert dat e-bikes gepromoot moeten worden als duurzaam en gezond vervoermiddel. De gezondheidseffecten van fietsen zijn namelijk groot. Voorwaarde is volgens de onderzoekers wel een aangepaste, veilige infrastructuur.