Tadej Pogačar maakte grote sier in de Vuelta en dat verdient een introductie bij een ruimer publiek. Wij spraken de jonge Sloveen al voor het juninummer van cycling.be magazine. In de passende rubriek 'Revelatie' leerden we hem echt kennen. Je leest het complete interview hier!

Tadej Pogačar mag gerust de Remco Evenepoel van Slovenië genoemd worden. Met dat verschil dat hij een kleine twee jaar ouder is en nu al de eindzege in de Ronde van Californië en de Ronde van Algarve op zak heeft. Hij peddelt met de besten mee bergop en zijn team koestert hoge verwachtingen. Een toekomstig Tourwinnaar? Misschien wel, maar zelf wil hij dat (nog) niet beweren. Al droomt hij luidop van een carrière zoals die van landgenoot Primoz Roglic ...

We spraken Pogačar in de Ronde van Californië, in de lobby van een Amerikaans hotel waar de airco zoals altijd veel te hard blaast en renners zichzelf moeten beschermen met een warme trui en een buff, terwijl de buitentemperaturen oplopen tot 30 graden. Het deert Pogačar niet. Hij is blij dat hij in Californië is en geniet van de aparte Amerikaanse koerssfeer.

Pogačar is afkomstig uit Slovenië, een land dat nog maar een paar jaar 'bekende' profrenners aflevert. Primoz Roglic is natuurlijk de grootste naam, maar ook Simon Spilak is geen onbekende. En weet: er staat een sterke generatie klaar. Vorig jaar won Slovenië de Nations Cup voor beloften, en dat was lang niet alleen omdat Tadej Pogačar de Ronde van de Toekomst op zijn naam schreef. "Dat was uitzonderlijk", zegt Pogačar daarover. "Onze nationale ploeg was echt sterk. Er heerste een enorm goede sfeer en we gingen voor elkaar door het vuur. Een zeer fijne periode!"

AANVALLER MET KOERSINZICHT

Het stond nochtans niet in de sterren geschreven dat Pogačar zou koersen. "Wielrennen is niet echt populair in ons land. Er zijn andere sporten die veel geliefder zijn. Een vriend van de familie introduceerde me in de plaatselijke club, Radenska Rog - een team dat vrij bekend is in Slovenië. Eigenlijk vroeg hij mijn oudere broer om zich aan te sluiten. Maar je weet hoe dat gaat: ik wilde niet achterblijven en wilde alles doen wat mijn 'grote broer' deed. Hij vertelde me echter dat ik geduldig moest zijn omdat dat ik nog te klein was om te fietsen. Een halfjaar later - op mijn tiende - kreeg ik dan toch een kans. Mijn broer is intussen gestopt, maar ik ben prof. Twee of drie jaar geleden had ik dat niet durven dromen ... Ik voel me zeer goed bij UAE Team Emirates. Ze waren in 2017 het eerste WorldTour-team dat kwam aankoppen, dus de deal was snel beklonken."

Als kind keek Pogačar op naar de broertjes Schleck en Alberto Contador. "Hun aanvallende manier van koersen sprak me aan. Ik liet me door hen inspireren en ben nog steeds iemand die moeilijk in te tomen is. Nu ik prof ben, zou ik de kat wat meer uit de boom moeten kijken en de grote jongens koers moeten laten maken, maar soms is het echt moeilijk om mezelf te bedwingen (lacht)."

Hoewel de gretige Sloveen amper twintig is, lukt het hem perfect om de koers te lezen, zoals hij in Californië nog maar eens bewees. Ploegleider Neil Stephens roemt hem om zijn kalmte. "Ik heb vorig jaar veel beelden van Tadej in de Ronde van de Toekomst bekeken. Hij panikeert niet en neemt zijn verantwoordelijkheid. Als hij er alleen voor staat, lost hij het gewoon zelf op. Dat deed hij in Californië ook op Mount Baldy (Pogačar won er de koninginnenrit en verzekerde zich zo van eindwinst, red.). Op 6 kilometer van de finish viel zijn laatste ploegmaat terug, maar dat deerde hem niet. Hij bleef geconcentreerd en maakte het gewoon zelf af. Hij is heel volwassen voor zijn leeftijd!"

In die koninginnenrit van de Ronde van Californië viel Pogačar op geen foutje te betrappen. Hetzelfde geldt voor de slotrit, ondanks enkele aanvallen en zijn jeugdige leeftijd. Een journalist stelde hem daarop de vraag waar zijn koersinzicht vandaan komt. "Ik weet het niet ... Ik koers wel al sinds mijn tiende en ben altijd heel goed gecoacht. Dat helpt, maar ik weet nog lang niet alles, hoor. Ik moet nog heel veel leren", klonk het bescheiden.

NUCHTER EN LEERGIERIG

Hoewel Pogačar bij een miljoenenteam rijdt, staat hij met beide voetjes op de grond en is hij een harde werker. "In de Tour Down Under stond hij Diego Ulissi bij, en in de Ronde van het Baskenland kon Daniel Martin op hem rekenen", aldus Neil Stephens. "Hier in Californië startte hij als kopman. Dat verbaast het grote publiek misschien, maar ons niet. Hij verdient dat statuut al. Bovendien is dit een koers waar je wat kan proberen ... Hij was vooraf een beetje nerveus, maar we gaven hem het advies om zich gewoon te amuseren. Dat heeft geloond, want hij heeft het op een fantastische manier afgemaakt."

"Tadej legt de lat ook zeer hoog. Hij wil altijd beter doen en progressie maken, op alle vlakken", weet Stephens nog. "Dan gaat het niet alleen om het fietsen zelf, maar ook over training, voeding, tactiek ... Hij is zeer leergierig en kan daarnaast ook gewoon hard trappen. Hij is ook altijd heel relaxed en zegt eigenlijk niet veel. Dat is soms vervelend - zeker in koers - maar we zijn het intussen gewend. Het is geen spraakwaterval."

Vorig jaar greep Pogačar de leiderstrui in de Ronde van de Toekomst in de rit naar Meribel, een klim van 11,4 kilometer aan 9 procent. Hij klokte toen een tijd van 29 minuten en 25 seconden: even snel als Chris Froome, Daniel Martin en Alberto Contador in de Dauphiné van 2016. "Ik laat me er niet gek door maken", zegt de nuchtere Sloveen. "Zij hadden een rit van 200 kilometer in de benen, bij ons ging het om een korte etappe van 35 kilometer. Ik doe gewoon mijn best. Misschien word ik nooit de beste renner of bereik ik nooit het allerhoogste, maar ik wil er wel alles aan gedaan hebben om dat doel te bereiken. Ik blijf het proberen, ook al weet ik niet wat de uitkomst zal zijn." Een sloganeske boodschap die ook op zijn Instagram-pagina pronkt ...

Pogačar won in februari de Ronde van Algarve, veroverde de jongerentrui in de Ronde van het Baskenland en eindigde er ook als zesde in het algemeen klassement. Na Baskenland was hij van de partij in de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. "In de Amstel was ik ziek en maakte ik geen al te beste beurt. De Waalse Pijl en Luik (18e) vond ik fijn om te doen. Ik was onder de indruk, maar ik moet nog veel beter worden." Hij liet zich overigens ontvallen dat een zege in de Ronde van Lombardije veel voor hem zou betekenen. "Maar er zijn nog veel mythische eendagskoersen waar ik ooit zou willen scoren. Of het allemaal combineerbaar is, weet ik niet. Voorlopig ligt de focus toch wat meer op die rittenkoersen. Het is logisch dat ik ook droom van de Tour de France. Toen ik klein was, werd enkel die wedstrijd op tv uitgezonden in Slovenië. Maar dat is nog een verre droom. Laat me eerst maar enkele korte rittenkoersen ontdekken en winnen. Ik klim heel graag, maar mijn tijdritten moeten nog beter. Ik heb nog een lange weg af te leggen ..."

Dit interview verscheen in het juninummer van cycling.be magazine. Intussen werd hij derde in het eindklassement van de Vuelta en won hij er drie bergetappes, terwijl het plan in juni nog was om pas in 2020 de eerste grote ronde te rijden. En hoe je zijn naam uitspreekt? Dat ontdek je in het filmpje in de inzet.

Koop of abonneer je nu op cycling.be magazine

Het oktobernummer van cycling.be magazine ligt nu in de winkel en je krijgt er de Crossgids met complete veldritkalender en vooruitblik van Paul Herygers bovenop! Blikvangers zijn Mathieu van der Poel, het trio Eli Iserbyt, Laurens Sweeck en Michael Vanthourenhout, de terugkerende Jolien Verschueren, Dylan Teuns, Laurens de Plus, Hennie Kuiper, Ilan Van Wilder,... Voorts gaan we achter de schermen bij Telenet Baloise Lions, zoeken we de crosskampioenen van de toekomst, zetten we een crossfiets van Trek en gravelbike van Canyon naast elkaar, vertellen we over onze tochten in Oostenrijk en Catalonië, gaan we trends spotten op Eurobike, zoeken we waarom de ene persoon meer calorie�n verbrandt dan een andere, en veel meer!