Tourbaas Christian Prudhomme liet niets aan de verbeelding over bij de presentatie van de Tour de France van 2020. "De Col de la Loze wordt een van de scherprechters dit jaar." Terecht? Wij zochten het uit tijdens onze verkenning van de koninginnenrit van de 107e Ronde van Frankrijk.

De zeventiende etappe van de Tour de France is 168 kilometer lang en brengt het peloton van Grenoble naar Méribel, met onderweg de Col de la Madeleine en finish op de Col de La Loze. Daarna wacht de renners nog één stekelige bergrit met aankomst na een afdaling, een etappe voor sprinters, de klimtijdrit naar La Planche des Belles Filles en de traditionele parade in Parijs. "Het is wellicht de koninginnenrit van deze Tour", vertelde viervoudig Tourwinnaar Chris Froome ons vorig jaar tijdens het Criterium van Saitama. "Je kan er veel tijd winnen ... of verliezen."

Een stevige uitdaging dus, en dat bracht ons eind juni op het idee om deze rit zelf te gaan verkennen. De Col de La Loze (klik op de helling voor meer info over percentages, lengte ...) is een 'nieuwe' col, want nooit eerder beklommen in de Tour. Sterker nog: tot juni van 2019 was hij zelfs niet eens verhard, vermits enkel de onderhoudsploegen van de skiliften in de omgeving deze weg gebruikten. Alpe d'Huez, de Mont Ventoux en de Col du Galibier kennen we allemaal en staan hoog op het verlanglijstje van menig wielertoerist. "Het is echter onze ambitie om de wielerliefhebbers ook naar hier te lokken", vertelt Thierry Carroz, directeur van de toeristische dienst in Méribel. "Veel fietsers trekken speciaal op vakantie naar de Mont Ventoux. Er kleven veel verhalen aan die klim. Wij hopen dat de Col de la Loze eveneens geschiedenis zal schrijven en op die manier aan bekendheid zal winnen."

Met een hoogte van 2.304 meter is de Col de la Loze het spreekwoordelijke dak van deze Tour de France. In plaats van te finishen in skioord Méribel trekken de renners nog 7 kilometer verder. Vooral in dit laatste stuk worden ze geconfronteerd met duizelingwekkende percentages. "C'est un choc", dramatiseerde de Tourbaas tijdens de parcoursvoorstelling in oktober 2019. "Toen ik hem ter plaatse ging bekijken, was ik echt onder de indruk. De renners zullen versteld staan. Het is een klim van 21,5 km aan een gemiddelde van 7,8 %, maar het zijn vooral de laatste 4 à 5 kilometer die tot de verbeelding spreken. Het is alsof je drie à vier keer de Muur van Hoei krijgt voorgeschoteld. In die laatste 4,5 km zitten verschillende stukken met percentages tot 20 %. Deze col is het prototype van de col van de 21e eeuw: een opeenvolging van steile stukken waarvan de echte klimmers zullen smullen."

WARMDRAAIEN OP DE MADELEINE

Je zou het haast vergeten, maar eerst moet het peloton ook nog over de Col de la Madeleine, zij het via een route die voor het eerst wordt beklommen in de Tour. "Ze ligt parallel met de weg die we kennen. Pas op het eind, in de laatste 4 kilometer, belanden de renners op dezelfde weg richting de top", aldus parcoursbouwer Thierry Gouvenou.

Aangezien de renners deze klim als eerste voor de wielen geschoven krijgen, respecteren ook wij de gang van zaken. Voor onze verkenning kiezen we een prachtige zomerdag in juli uit. Temperaturen van 24 à 25 °C vergezellen ons vanuit Notre-Dame-Du-Cruet. De Col de la Madeleine voorstellen, hoeft eigenlijk bijna niet meer. Het Tourpeloton reed in het verleden al 26 keer over deze machtige berg.

Het is een beetje zoeken of we wel de juiste route nemen, maar al snel voelen we dat op de goede weg zijn. De eerste 4 kilometer zijn immers de zwaarste ... Het gemiddelde stijgingspercentage zakt nooit onder de 8 à 9 %. Rustig even de klimbenen aanspreken, lukt dus niet. We zien onze hartslag meteen stijgen, vooral wanneer we tussen kilometer 2 en 4 gemiddeldes van 10,5 en 11 % moeten overwinnen.

Pas in Montgellafrey dalen de percentages en zijn we blij dat we eens een kilometer aan gemiddeld 7,5 % mogen fietsen. Na 8 kilometer lassen we een kleine pauze in, want we weten dat er opnieuw 2 stevige kilometers aankomen. Gelukkig kunnen we nadien opnieuw op adem komen op een relatief gemakkelijk stuk van 5,5 %. Het is dan nog slechts 2 kilometer naar de bekende route die ons via Les Perelles naar de top zal brengen.

Het moet gezegd: deze col is prachtig, vooral op het eind. Je waant je één met de natuur, de zichten zijn wijds en worden niet belemmerd door potsierlijke bebouwing, er is relatief weinig verkeer en omdat je in het begin van de klim zwaardere percentages hebt overwonnen, voel je op het eind het verschil wanneer de stijgingsgraad zakt. Wie een goede conditie heeft, zal kunnen genieten. In de laatste kilometer 'vlakt' het zelfs even af naar 6 %, waarna je jezelf kan belonen met een foto bij het bekende monument op de top.
 
WAAKZAAMHEID IN DE AFDALING

Vervolgens wacht een afdaling van 24,5 kilometer naar Nôtre-Dame-de-Brianchon. De eerste helft van deze afzink is schitterend. We zien amper andere fietsers en voelen ons de koning(in) te rijk. Het asfalt is goed, de weg en de bochten zijn breed en af en toe kan je zelfs spreken van een 'bijtrapafdaling', zoals José De Cauwer het zo mooi placht te zeggen. Onze fotograaf gaat helemaal door z'n dak en schiet duizenden plaatjes van de mooie landschappen.

Maar dan duiken de laatste kilometers op, en die zijn niet van de poes. De baan ligt er slecht bij, al kan dat nog veranderen tegen de Tour. De weg wordt smaller en er zijn veel 'blinde' bochtjes, waarbij je maar beter je handen aan de remmen houdt. Aangezien de vele schaduwplekken ervoor zorgen dat het zicht niet optimaal is, doen we veiligheidshalve niet al te gek meer. In de vallei tanken we een beetje bij en zetten we koers naar Brides-les-Bains. Na circa 15 kilometer 'Frans plat' duikt de gevreesde Col de La Loze op.

"Drie à vier keer de Muur van Hoei", herinneren we ons vooraleer we daadwerkelijk beginnen te klimmen. Daags voordien hebben we deze Col de la Loze al verkend via Courchevel - de zogenaamde 'gemakkelijke' kant van de col. Deze is 26,3 kilometer lang, maar minder steil. We klommen toen tot ongeveer halfweg, maar waren niet meteen onder de indruk. De weg is druk - heel druk! - vooral omdat je aanvankelijk over een 'Départemental' moet. Op een gegeven moment ging het via een rotonde naar rechts en waren er minder wagens te bespeuren, maar fietsten we nog altijd op een typische brede baan. Niet meteen een aangename eerste kennismaking ... 

Null

ONDER DE BRANDENDE ZON

Op D-day zelf beklimmen we de Col de La Loze via de route die ook het Tourpeloton zal nemen. Vanuit ons hotel in Brides-les-Bains is het 22,5 kilometer tot de top, maar voor de renners is het officieel 21,5 kilometer. Ook aan deze kant van de col is het verkeer vrij druk, vooral in de eerste kilometers. Veel wielertoeristen zien we niet, maar er rijden wel enorm veel vrachtwagens af en aan. Later zullen we begrijpen waarom: er wordt volop gebouwd in Méribel, waar heel wat nieuwe appartementen het skigebied extra cachet zullen geven.

De eerste 8 kilometer zijn lastig, met gemiddelde stijgingspercentages tussen 7,3 en 8,6 %. Dan volgt er een kilometer aan 5,4 %. Even is het zelfs relatief vlak. Geen overbodige luxe, want het is warm (zo'n 27 °C) en de beklimming ligt aan de zuidoostkant. We voelen de zon branden op ons hoofd en denken na 9 officiële kilometers: 'Dit wordt een lange dag ...'. Er wachten ons nog 12 kilometer en het zwaarste moet nog komen. Echt genieten is het trouwens niet. Het is geen 'weidse' klim. Je rijdt voortdurend tegen de flank aan en er zijn amper vergezichten te bespeuren.

We zijn overigens niet de eerste Belgen die deze 'nieuwe' col verkennen. Ook Dries Devenyns (zijn opinie lees je in de Tourgids van cycling.be magazine, nu in de winkel of HIER via Blendle, red.) reed er al naar boven, in het gezelschap van ploegmaats Julian Alaphilippe en Bob Jungels. "Het eerste deel heeft weinig indruk op mij gemaakt", zegt hij. "Veel heb ik er alvast niet van onthouden, ook omdat het contrast met het tweede deel zo groot is. Als de finish in 'het dorp' zou liggen (de vroegere top, red.) weet ik niet of het de moeite zou zijn om er als wielertoerist naartoe te trekken."

We delen zijn mening, maar zetten door, want 'the best is yet to come.' We stomen door naar de 'altiport', waar de klim vroeger eindigde. Tussen kilometer 8 en 14 stijgt het nooit boven de 9 %, maar het zakt ook niet meer onder de 6 %. De kilometers beginnen stilaan door te wegen, net zoals die 4 extra coronakilo's die we met ons meesleuren. Klagen helpt natuurlijk niet ... We hopen in ieder geval dat we verrast zullen worden aan het eind.

Null

VERRADERLIJKE PERCENTAGES

Aan de 'altiport' gaat de weg dicht voor autoverkeer en beginnen de laatste 7 kilometer, waar het asfalt nog gloednieuw oogt. In augustus 2019 werd het beloftepeloton over deze col gestuurd in de Ronde van de Toekomst. Een ideale 'testcase', zo bleek. "De zaak was snel geklonken om de Tour hier te doen finishen", doet Thierry Carroz uit de doeken. "Toen Tourbaas Christian Prudhomme en parcoursbouwer Thierry Gouvenou een eerste keer op bezoek kwamen, waren ze onder de indruk." We vragen hem spontaan of ze de beklimming met de fiets verkend hebben. "Neen", lacht hij, "met de wagen, maar Christian is wel uitgestapt en heeft de laatste kilometer gestapt. Hij is daarna dan nog een tweede keer langsgekomen. Een paar mensen van de organisatie hebben een deel van de col met de elektrische fiets beklommen. En zelfs dat is al lastig ..."

Dat belooft, maar wanneer we de eerste honderden meters afwerken, vragen we ons af waar al die heisa voor nodig is. 'Dit valt best wel mee', denken we aanvankelijk. Inderdaad, de baan is smal, maar stijgt initieel nog niet al te fel. Tot we plots een bocht naar rechts nemen en bijna tegen een muur botsen. We blijven trappen en beginnen te grimassen, want de gemiddelde stijgingsgraad van 8 % is bedrieglijk. "Die percentages zeggen niet altijd veel", waarschuwde Gouvenou ons nochtans. "Soms gaat het gedurende een paar honderden meters tot 20 %, dan volgt een strook met 4 à 5 % en nadien schiet het weer de hoogte in. Je komt eigenlijk nooit in je ritme. Het wordt echt zwaar afzien!"

Die quote schiet ons te binnen wanneer we de eerste 2 kilometer achter de rug hebben en stilaan pijn krijgen in spieren waarvan we het bestaan vooraf niet vermoedden. Het valt ons trouwens op dat er meer e-bikes dan koersfietsen passeren. Onderweg horen we iedere keer weer 'Allez, courage!'. Het respect is er, ook van de vele mountainbikers die ons kruisen of voorbijsnellen. 'Putain, c'est raide', horen we iemand vloeken wanneer we tegen beter weten in nog enkele meters doorduwen. Als we een eerste keer noodgedwongen van de fiets stappen, zien we dat we nog 4,5 kilometer moeten klimmen. Plots beginnen we sterk te twijfelen of we ooit wel boven zullen raken.

STEIL, STEILER, STEILST!

De laatste kilometers zijn loodzwaar. De cijfers spreken boekdelen: 11 % gemiddeld voor kilometer 17, 12 % voor kilometer 18, 9,5 % voor kilometer 19, 9,3 % voor kilometer 20 en 9,7 % voor de laatste 500 meter. Al zegt dit op zich weinig, want net als in de eerste 2 kilometer verandert de hellingsgraad voortdurend. Het is om gek van te worden. Klimmen aan een egaal tempo lukt niet. We moeten voortdurend bij- of terugschakelen (ons kleinste verzet is 34:34, red.) en gaan zowaar op de pedalen staan.

Even tussendoor: het landschap is hier wél de moeite. Weids, groen, volop in de bergen en de bloemen bloeien. Het doet ons glimlachen, maar de pijn in de benen vergeten we niet, zeker niet wanneer we opnieuw duizelingwekkende stijgingspercentages zien opdoemen. 10 meter voor ons verschijnt het bordje van de laatste 3 kilometer: 12% gemiddeld. We zetten ons neer en nemen een gelletje. We willen er de brui aan geven en vergaan van de dorst omdat we slechts één bidon gevuld hebben.

We kennen een moeilijk moment, maar denken aan de lastige coronamaanden die we achter de rug hebben en kruipen weer op de fiets. Iedereen heeft pijn bergop en benen kunnen niet ontploffen. We rijden nog amper 3 à 4 kilometer per uur en tellen af: nog 2 kilometer. Plots gaat het 200 meter in dalende lijn. Het lijkt een fata morgana in een dorre woestijn, want al snel gaat het opnieuw bergop. De percentages zijn weliswaar gezakt, maar van kracht in de benen is geen sprake meer. De tranen schieten ons in de ogen, maar in de verte duikt het bordje van de slotkilometer op. Eindelijk! Eerlijk gezegd: zo steil ziet het er niet meer uit en onze fietscomputer beaamt dat. En bovendien: op het eind vlakt een col toch af, niet? We kijken naar beneden en zien welke weg we al hebben afgelegd. Geweldig!

Null

Het is niet ver meer, we gaan het halen! Tot we op 350 meter van de top plots opnieuw tegen een muur aankijken. Onze kuiten scheuren bijna. We vloeken en tieren. We zien 17, 18, 20 en 22 % op ons schermpje verschijnen en het duizelt ons. Maar we willen, we moeten, we zullen en we kunnen ... Zwoegend en zwetend bereiken we de finish en ervaren we de grootste sportieve emotie ooit in ons 39-jarige leven. We huilen. Mensen vragen of alles goed gaat en nemen zelfs foto's wanneer we hijgend over onze fiets buigen. Dit waren de 7 zwaarste kilometers ooit. "Warren Barguil vloog hier een paar dagen geleden", vertelt Thierry Carroz ons. We bekijken zijn Strava-gegevens: 16,0 km/u in 27:08. Hij topt de ranking als prof op dit verschrikkelijke laatste gedeelte. Thibaut Pinot deed er op 17 juli 6 seconden langer over.

Wat een col, wat een berg. Is het eerste deel de moeite? Neen. Is het tweede gedeelte dat wel? Ja en dus moet je hem als wielerliefhebber ooit omhoog. Veel succes ermee ...

Koop of abonneer je nu op cycling.be magazine

Het oktobernummer ligt nu in de winkel en je krijgt er zomaar de Crossgids bij. Daarin vind je alle renners, alle topcrossen en een analyse van de kalenderwijzigingen, Sven & Thibau Nys, Ceylin del Carmen Alvarado, Denise Betsema, Tormans CX met Quinten Hermans en Corné van Kessel, Masterclass crosstubes, en fietstests van de gravelbikes van crossexperts Canyon, Stevens & Ridley. In het gewone nummer ligt de focus dan weer enerzijds op de voorjaarsklassiekers die in het najaar worden verreden (met Greg Van Avermaet) en anderzijds de Giro (met Steven Kruijswijk), tips hoe je het herstel kan bevorderen, de mirakelzege van Johan Museeuw in Roubaix, en veel meer!