Sport.be

Wielrennen

Prudhomme: 'Geen Tour voor rouleurs, maar voor klimmers'

15.10.2019 | Gert-Jan Weyters

Belga

De Tour de France van 2020 start in Nice en eindigt in Parijs, onderweg moeten de renners 3.470 kilometer overbruggen. Met slechts één tijdrit over 36 km, naar Planches des Belles Filles op de voorlaatste dag, acht bergetappes (waarvan drie met aankomst bergop), drie geaccidenteerde ritten en negen zogenaamd vlakke ritten wordt het zoals elk jaar een lastige opdracht om zich in het geel te hijsen in Parijs. "Het parcours is er één voor klimmers, niet echt voor rouleurs", erkende Tourbaas Christian Prudhomme bij de presentatie.

In de Tour van 2020 is geen spoor van de Tourmalet, Alpe d'Huez, Galibier of de Mont Ventoux. "Er zijn geen bergen dit jaar in de Tour", grapte Tourbaas Christian Prudhomme dinsdagochtend op het persontbijt enkele uren voor de officiële presentatie. Een grapje uiteraard, maar heel wat bekende, legendarische cols worden in 2020 inderdaad niet beklommen. "We zoeken altijd nieuwe uitdagingen", vertelde hij. "Maar maak je geen zorgen, er zijn nog steeds voldoende bergen in deze Tour en we respecteren ook de geschiedenis van de Tour."

Om maar meteen een cijfer te noemen: een totaal van 29 cols van buiten categorie, eerste of tweede categorie staat op het programma. Dat is er één minder dan de voorbije editie met 30 cols, al werden er twee wel geschrapt door de weersomstandigheden.

De Tour start dit jaar in het zuiden van Frankrijk en daar profiteert de Tourorganisatie van. "Het is nog maar de zevende keer in de geschiedenis dat onze Grand Départ in het zuiden ligt", aldus de Tourbaas. "Dat geeft ons de kans om een unieke eerste week te presenteren. Ik val in herhaling, dat weet ik, maar nu meer dan ooit bieden we een eerste week waarin van alles kan gebeuren. Het is een parcours voor de dapperen, de aanvallers die hier altijd kunnen winnen."

*NOOT:* Klik op de onderstreepte beklimmingen om meer hellingsinfo te zien te krijgen.

De eerste rit heeft start en aankomst in Nice, telt 156 km, en is er één voor sprinters. Maar lang zal een sprinter die gele trui niet dragen, want op dag twee - met opnieuw vertrek en aankomst in Nice - trekt het peloton al de bergen in met de Col de la Colmiane (16,3 km aan 6,3%), de Col de Turini (14,9 km aan 7,4%) en de Col d'Eze (7,8 km aan 6,1%), een etappe die veel weg heeft van de slotrit in Parijs-Nice. De aankomst ligt weliswaar niet bergop, maar de kans dat hier nog zal gesprint worden lijkt nagenoeg onbestaande. Ook de derde rit vertrekt nog uit Nice en gaat naar Sisteron, en biedt een tweede kans voor sprinters, al kunnen aanvallers in deze rit misschien ook al hun slag slaan.

Op dag vier staat al meteen de eerste aankomst bergop op het programma. De Tour categoriseert deze etappe onder de noemer 'geaccidenteerde rit' (dus geen bergrit), maar wel met een aankomst bergop, van Sisteron naar Orcières-Merlette, 7,1 km aan 6,7%. "Aangezien de Tour vertrekt in het zuiden moeten we gebruik maken van de kansen om al zo vroeg een aankomst bergop te voorzien", aldus parcoursbouwer Thierry Gouvenou, die hoopt dat de klassementsrenners zich dan al zullen tonen.

Op dag vijf zijn de sprinters weer aan zet met een etappe van Gap naar Privas, over 183 km, de tweede of derde sprint dus in het peloton. De zesde rit is een bergrit door het Centraal Massief, met één van de vier nieuwe cols in deze Tour de France. Het peloton trekt van Le Teill naar Mont Aigoual (wie het boek De Renner van Tim Krabbé heeft gelezen, zal deze naam ongetwijfeld herkennen), onderweg moeten de renners de nieuwe Col de la Lusette bedwingen. "Hier bieden we ook kansen voor de 'baroudeurs'", stelde Gouvenou, "Dan denk ik ook aan enkele Belgische renners zoals Greg Van Avermaet en Thomas De Gendt, om er twee te noemen."

Op dag zeven gaat het van Millau naar Lavaur, over 168 km. "Deze rit heeft zo'n beetje het profiel van de etappe naar Albi van dit jaar, waar jullie Wout van Aert won en het peloton ook in waaiers brak. Hier kan de wind ook zijn rol spelen", verklaarde Gouvenou. "We zullen wellicht een sprint zien, al dan niet met een grote groep."

Vervolgens trekt het peloton naar de Pyreneeën voor twee etappes, maar telkens zonder aankomst bergop. De eerste Pyreneeënrit gaat van Cazères-sur-Garonne naar Loudenvielle, over 140 km met onderweg de Col de Menté, de Port de Balès en de Col de Peyresourde, waarna een afdaling volgt naar Loudenvielle. De tweede bergrit trekt van Pau naar Laruns met voor de klimgeiten de Col de la Hourcère, de Col de Soudet en de Col de Marie Blanque. Vooral die laatste is niet van de poes, 7,7 km lang aan 8,6 procent maar met bijzonder steile stukken in de laatste 4 km, tot 15%, waarna een afdaling volgt naar Laruns.

Na deze zware eerste week volgt de rustdag in La Charente-Maritime op 6 juli. De renners vliegen na de bergrit naar daar, zo'n 350 km verder. Daags nadien staat een verraderlijke etappe op het programma van Île d'Oléron naar Île de Ré over 170 km. "De renners zullen zich in deze etappe niet mogen laten vangen", aldus Prudhomme. "Want hier kan de wind zijn rol spelen. Normaal wordt dit een sprint, maar met hoeveel renners, is zeer de vraag. Dit jaar hebben we een Tour uitgetekend waar het echt overal kan gebeuren."

Na die eerste Tourweek en een mogelijke waaierrit zal de rust vermoedelijk even terugkeren in het peloton met enkel overgangsetappes. Rit 11 van Châtelaillon-Plage naar Poitiers, over 167 km, is er één voor sprinters, wellicht hun vijfde kans in deze Tour. Rit 12 van Chauvigny naar Sarran is de langste etappe, 218 km lang, en volgens Gouvenou voor aanvallers.

De tweede aankomst bergop (na een bergrit) volgt op dag 13, in het Centraal Massief, van Châtel-Guyon naar Puy Mary. "Het is de etappe met de meeste hoogtemeters in deze Tour de France: 4.400 meter", stelde Gouvenou. "Ja, dat is minder dan andere jaren (toen al eens een rit met 5.000 hoogtemeters te overbruggen viel), maar we hebben de hoogtemeters meer verspreid over verschillende etappes. De aankomst ligt op de Puy Mary, voor het eerst ooit eindigt daar een Touretappe en vlak daarvoor moet ook nog de Col de Ceyssat en de Col de Neronne bedwongen worden."

Daags nadien is er opnieuw een voor de aanvallers in rit 14, van Clermont-Ferrand naar Lyon, over 197 km. Wellicht geeft het peloton hen dan even een kans, want op zondag 12 juli gaat het van Lyon naar de Grand Colombier, de derde aankomst bergop. "Hier doen we iets speciaals", aldus Prudhomme. "We gaan deze col via drie van de vier verschillende toegangswegen beklimmen." Op maandag 13 juli is er de tweede rustdag, in Grenoble.

In de 16e rit van La Tour-du-Pin naar Villard-de-Lans zijn de aanvallers weer aan zet. De koninginnenrit is wellicht die van Grenoble naar Méribel, over 168 km. De aankomst, de vierde en laatste aankomst bergop, ligt niet in het skioord zelf, het peloton trekt nog 7 km verder. "C'est un choque", dramatiseerde de Tourbaas het zelf. "Ongelooflijk, toen ik het ter plaatse ging bekijken was ik echt onder de indruk. De renners gaan versteld staan van deze aankomst op de (nieuwe) Col de la Loze. Een klim van 21,5 km aan 7,8%, maar het zijn vooral de laatste 4,5 km die tot de verbeelding spreken. Het is alsof je drie à vier keer de Muur van Hoei krijgt voorgeschoteld, in die laatste 4,5 km zitten er verschillende stukken tot zelfs meer dan 20%." In diezelfde etappe moet het peloton ook over de Col de la Madeleine, maar via een route die nog niet eerder werd beklommen. "Ze ligt parallel met de route die we kennen. Pas op het eind, in de laatste vier kilometer, komen we weer op dezelfde weg richting de top."

De achtste en laatste bergrit volgt dan op donderdag, van Méribel naar La Roche-sur-Foron, over 168 km met onderweg ruim 4.000 hoogtemeters, want het gaat over de Cormet de Roselend, Col des Saisies, Col des Aravis, Plateau des Glières, Col des Fleuries en de aankomst volgt na een afdaling.

Op vrijdag staat dan nog een rit voor de sprinters op het programma van Bourg-en-Bresse naar Champagnole over 160 km, zaterdag wacht de finale met de tijdrit naar La Planche des Belles Filles, over 36 km en de enige tijdrit in deze Tour de France. "Dit jaar is er geen ploegentijdrit, er is maar één tijdrit. Dat is een keuze die gemaakt is. We kijken enorm hard uit naar die tijdrit op La Planche des Belles Filles, hopelijk zijn hier nog twee of drie renners in strijd en wordt hier de Tour beslist." Op zondag wacht dan het defilé naar de Champs-Élysées, waar de sprinters een zesde of zevende kans krijgen.



Facebook

Twitter

Mis deze events niet

Meer