Francky Dury kende enkele moeilijke maanden met zijn club SV Zulte Waregem. De coach vertelt in running.be magazine hoe hij moeilijke knopen doorhakte tijdens zijn looptochtjes.

In tegenstelling tot veel andere collega's is Francky Dury na zijn voetbalcarrière altijd een actieve sporter gebleven. Eerst in sporten waarbij explosiviteit het verschil maakt, zoals minivoetbal en squash. Later koos hij steeds vaker voor duursporten zoals fietsen en lopen. "Ik zou graag wat meer fietsen, maar met mijn huidige job is het niet zo gemakkelijk om een blok van drie à vier uur vrij te maken. Een uurtje lopen kan ik veel gemakkelijker inplannen", vertelt hij. "Als ik ga lopen, wil ik me ook helemaal kunnen ontspannen. Tussen twee vergaderingen door rap een uurtje sporten, daar begin ik niet aan. Ik moet helemaal vrij zijn."

Lopen doet Dury toch vier- tot vijfmaal per week. "Pak die momenten niet af, want ik kan echt niet zonder. Ik loop dan een uurtje tegen een vrij rustig tempo van 10 à 11 km/u, waarbij ik mijn ademhaling en hartslag onder controle heb. Forceren doe ik nooit en ik ga ook nooit veel langer dan een uur lopen. Het moet geestig blijven", zegt hij.

"Meestal loop ik 's avonds. Achteraf neem ik een douche en eet ik wat. Daarna zit ik weer vol energie om te werken tot een uur of tien. Het gebeurt ook dat ik op zaterdagmorgen een toertje doe, nog vooraleer ik de Powerpoint van de aankomende match heb gemaakt. Tijdens die loopjes werk ik wel vaker de laatste vraagtekens weg."

Lees het volledige interview in het novembernummer van running.be magazine!