Daar is het nieuwe schooljaar! Sommige volwassenen bewaren bitterzoete herinneringen aan te krappe lessenaars, strafstudie en ... de coopertest. Die bekende loopproef viert dit jaar zijn 50ste verjaardag, maar behoort hij tegenwoordig nog tot het lessenpakket?

Lopen op school stond in mijn tijd gelijk aan de coopertest: in twaalf minuten tijd zo veel mogelijk rondjes afleggen. Ergens rond de 2000 meter was je zeker van de helft van de punten, voor het maximum moest je minstens 3000 meter lopen. Alternatieven voor de coopertest waren 'het blokje rond' (gewoon zo snel mogelijk een parcours van enkele kilometers lopen) en de shuttle-run, misschien beter bekend als beeptest. Die laatste was zo mogelijk nog zwaarder dan de coopertest. Voortdurend heen en weer lopen tussen twee kegeltjes op 20 meter van elkaar. Je begint traag, maar elke minuut gaat het tempo omhoog. Als je twee keer na elkaar de overkant niet haalt, lig je eruit. Het heet een goede test voor de verzuring te zijn. En misschien is het niet verwonderlijk dat hij net zoals de coopertest vooral in het leger een hoog aanzien genoot.

Moet de schoolgaande jeugd vandaag nog altijd deze militaire methodes ondergaan? Ik begin mijn rondvraag bij de Bond voor Lichamelijke Opvoeding. Medewerkster Tasia Pleune: "De eindtermen die de overheid oplegt voor Lichamelijke Opvoeding, draaien rond algemene vaardigheden zoals zelfstandig leren, de ontwikkeling van een gezonde levensstijl, veilig bewegen, sociaal functioneren, ... De verschillende scholengroepen kiezen zelf in welke leerplandoelen ze die vaardigheden omzetten, maar die zijn zelden gericht op prestaties. Ik denk niet dat veel scholen zeggen dat 'een 14-jarige jongen op de coopertest 2000 meter moet lopen, en een 16-jarige 2300'. Je zal eerder doelen zien als 'de basisuithouding ontwikkelen' of 'de loopstijl kunnen aanpassen aan de afstand'."

Lees het volledige artikel

nu onmiddellijk digitaal op Blendle. Klik hier, meld je aan en lees! Of in het septembernummer, nu in de winkel!