Als je wil weten of je goed aan het trainen bent en wat je aan het trainen bent, is het nuttig om een en ander te weten over je hartslag.

Wie een trainingsschema volgt, zal in verschillende hartslagzones moeten lopen. Om die zones te bepalen, moet je je rustpols en maximale hartslag kennen. Daarvoor heb je enkele opties.

De beste manier om je maximale hartslag te bepalen, is door een maximale inspanningstest af te leggen in een sportlabo. Tijdens zo'n test wordt de intensiteit stapsgewijs opgedreven tot en met een maximale inspanning. Op het einde van zo'n test bereik je je maximale hartslag. Tijdens zo'n inspanningstest worden onder andere je hartslag- en lactaatverloop gemonitord en kan heel accuraat je aerobe en anaerobe drempel worden bepaald. Deze helpen om de juiste trainingszones te definiëren.

Wie dat niet wil doen, kan ook theoretisch te werk gaan en middels volgende rekensom zijn maximale hartslag bepalen: 220 - je leeftijd. Bij deze formule kan er wel een fout optreden van soms meer dan 10 slagen naar onder of boven. Je rustpols kan je best 's morgens meten bij het opstaan. Vinger aan de pols en het aantal slagen na een halve minuut verdubbelen.

Je kan je maximale hartslag ook bepalen door gedurende ongeveer 1 minuut met maximale intensiteit te lopen en vervolgens je hartslag te meten. Bijvoorbeeld op een piste. Opgelet: warm uiteraard eerst een tiental minuten op en doe op het einde daarvan enkele versnellingen. Anders zal je in sommige gevallen zelfs niet aan de test kunnen beginnen, wegens geblesseerd.

Wie een loopschema volgt, komt uiteraard niet alleen trainingen op hartslag, maar ook trainingen op tempo tegen.