Voor een piramidetraining heb je de prachtige bouwwerken uit Egypte niet nodig. Wij vertellen je hoe je het doet en waarom het nuttig is.

De piramidetraining is een vorm van intervaltraining. Zulke sessies hebben als groot voordeel dat er meer zuurstof naar je spieren vloeit, waardoor je een hoger tempo makkelijker volhoudt. Met andere woorden: een must in je loopschema als je vooruitgang wil boeken.

Veel lopers werken klassieke intervaltrainingen af, waarbij ze gedurende x-aantal minuten (afhankelijk van je getraindheid) een hoger tempo lopen en dat x-aantal keer (opnieuw: afhankelijk van je getraindheid) herhalen.

Variabel

De piramidetraining is een leuke en pittige variant op de klassieker. Dankzij dit soort sessies verhoog je onder meer je anaerobe drempel. Belangrijk, want vanaf dat punt is de hoeveelheid zuurstof niet langer voldoende om melkzuur om te zetten in energie en stapelt dat zich op. Je loopprestaties varen er dus wel bij als het langer duurt vooraleer je dat punt bereikt.

In tegenstelling tot bij een 'klassieke' intervaltraining, zijn de blokken bij de piramidetraining variabel. Je begint met een kort intervalblok (bv 1 minuut) en bouwt via blokken van 2, 3 en 4 minuten bijvoorbeeld op naar een blok van 5 minuten (afhankelijk van je getraindheid, beginners starten beter met een 'kleinere piramide'). Nadien bouw je weer af en doe je intervals van 4, 3 en 2 minuten, om af te ronden met hetgeen waarmee je begonnen was: een blokje van 1 minuut. Je kan de piramidetraining uiteraard ook in afstand doen.

Tussen de intervals door is je recuperatie (zeer rustig joggen) belangrijk. Je moet zo goed mogelijk herstellen voor je volgende intensieve blok. Ook hierin kan je variëren. Meer ervaren lopers nemen de helft van de tijd van het intensieve blok als recuperatietijd, anderen joggen net zo lang als hun intervalsessies.